Skip to content

Flexwerken: de do’s en don’ts

Pieter Peelen
01 mrt 2018

Flexibel werken of flexwerken; het is in de afgelopen jaren warm onthaald, sterk gegroeid en vervolgens weer zwaar bekritiseerd. Zowel onder werkgevers, werknemers en wetenschappelijk onderzoekers zijn de meningen over deze nieuwe werkvormen verdeeld. Toch blijven veel bedrijven deze vorm van ‘het nieuwe werken’ omarmen.

Aan de ene kant staan de voordelen, zoals:

  • Het stimuleren van zelfstandigheid en creativiteit;
  • Een betere balans tussen werk en privéleven;
  • Meer contact met verschillende collega’s (bij werken op kantoor zonder vaste werkplek);
  • De verbetering van de medewerkertevredenheid en gezondheid;
  • Hogere loyaliteit en minder uitstroom;
  • Hogere productiviteit en stijging van de kwaliteit van het werk (persoonsgebonden).

Daarnaast is de mens in de huidige kenniseconomie een belangrijke productiefactor en zou dus centraal moeten staan. Door ruimte en vrijheid te geven kan iemand optimaal te presteren. Aan de andere kant is het de vraag of dit flexwerken wel echt iets oplevert.

Er kleven namelijk ook nadelen aan, waarbij het de werkgever juist geld kost:

  • Minder contact met andere collega’s (bij thuiswerken);
  • Meer afleiding;
  • Meer stress door het gevoel altijd bereikbaar te moeten zijn, ook ’s avonds;
  • Weinig ruimte voor korte overlegjes met collega’s;
  • Moeilijker om kennis binnen de organisatie te behouden;
  • Vermindering van productiviteit (persoonsgebonden).

Uiteindelijk gaat flexibel werken om een passende afspraak tussen leidinggevende en medewerker. Die afspraak is afhankelijk van de doelstellingen van de afdeling en de wensen van de medewerker. Bij elke situatie past dus een andere flexvorm, waarbij (binnen bepaalde grenzen) afspraken worden gemaakt over hoe, waar, wanneer en met wie er gewerkt wordt. Deze nieuwe manier van werken past niet bij elke organisatie en niet bij elke medewerker. Iedereen heeft andere omstandigheden waarin hij of zij optimaal presteert.

Toch zijn er een aantal algemene do’s en don’ts bij het flexwerken:

Do’s:

  • Bedenk je dat het vaak een meerjarig en complex verandertraject is;
  • Hou rekening met veranderingen op het gebied van de fysieke en ICT-omgeving en de manier van samenwerken en leidinggeven.
  • Stel vanaf het begin duidelijk vast aan welke organisatiedoelen het moet bijdragen (bijvoorbeeld productiviteit, klanttevredenheid, aantrekkelijk werkgeverschap, etc.);
  • Maak ook vooraf de afspraken tussen werkgever en werknemer zo duidelijk en concreet mogelijk;
  • Meet de effecten van het flexwerken en leg de uitkomsten naast de organisatiedoelen;
  • Blijf de gemaakte afspraken continue evalueren en hou het gesprek over flexwerken gaande.

Don’ts:

  • Het flexwerken als een cadeautje zien voor de medewerker;
  • Medewerkers alle vrijheid geven en hen daarbij niet controleren;
  • Mensen helemaal niet meer naar kantoor laten komen: de lijnen op kantoor zijn korter en het is persoonlijker.